Openingslied

Dit huis vol mensen, weet jij wie het zijn?
Ik mag het hopen.
Heb jij ons geteld, ken jij ons bij name?
Dan ben jij de enige.


Opening en begroeting

Met welke instelling, welke verwachting
zijn wij hier naartoe gekomen?
Die vraag wordt ons vandaag gesteld
in het verhaal van Jezus over twee kerkgangers,
een zelfgenoegzame farizeeër en een schamele tollenaar.
Die laatste vond de weg naar Gods hart.
Bij de instelling van hem willen we ons graag aansluiten.

Bidden om vergeving en bemoediging


God,
soms zijn wij mensen zo vol van onszelf,
dat wij alleen oog voor onszelf hebben,
dat wij niet meer de mens naast ons zien.
Wij bidden U, dat er ruimte groeit,
om aandacht te hebben voor een ander.
Kyrie eleison


God,
soms zijn wij mensen, zo de gevangene van onszelf;
we leven angstig en beklemd, we zien haast geen licht meer.
We bidden U: dat wij kunnen groeien naar een leven
als nieuwe en bevrijde mensen,
als mensen die zich laten bemoedigen
door Uw woorden van bevrijding.
Christe eleison

God,
soms hebben wij mensen
geen hoop meer voor elkaar,
of geen hoop meer voor de toekomst.
Soms schrijven wij elkaar af,
bezorgen elkaar een slechte naam,
spreken woorden die verdeeldheid zaaien
en pijn veroorzaken.

Wij bidden U,
geef ons nieuwe woorden,
woorden van vrede,
woorden die gemeenschap stichten,
woorden die helen en heil brengen,
geef ons geloof in de toekomst.
Zo bidden wij tot U en vragen U:
wil U over ons ontfermen.
Kyrie eleison


Gebed

Gij Eeuwige, Ongeziene,
wij staan naar U toegekeerd,
en vragen U vergeving
omdat wij zo dikwijls naar onszelf gekeerd staan,
naar ons zelfbehoud,
onze prestaties, ons beter-weten.
Vergeef ons
dat wij de juiste verhoudingen
uit het oog verliezen tussen U en ons,
en niet zien dat Uw barmhartigheid
er juist is voor kleinen en armen.
Help ons, om ons om te keren,
te bekeren naar U toe.
Amen.

Eerste lezing: Jezus Sirach 35, 12 – 14. 16 – 18.
Hoe God luistert met zijn hart.

De Heer is een rechter,
en bij hem is geen aanzien des persoons;
Hij neemt geen steekpenningen aan ten koste van de arme,
maar luistert naar het pleit van de verdrukte.
Hij wijst het gezucht van de wezen niet af,
noch van de weduwe wanneer zij blijft klagen.
Wie anderen bijstaat wordt welwillend ontvangen,
en zijn gebed verheft zich tot de wolken toe.
Het gebed van de arme dringt door de wolken heen,
zolang het zijn doel niet bereikt, rust het niet;
het laat niet af, totdat de Allerhoogste zich erbarmt,
en de Rechtvaardige oordeel velt en recht verschaft.


Tussenzang

Geen God van donder en geweld,
geen macht die vreemde eisen stelt,
geen beeld om voor te beven.
Een God is Hij voor jou en mij
zo vriendelijk de mens nabij
een God om mee te leven.

Geen God die vroeger is geweest,
geen eeuwigheid die 't heden vreest,
geen uur dat heeft geslagen.
Een God is Hij voor jou en mij,
zo in de tijd de mens nabij,
een God voor onze dagen.

 Geen God die achter zon en maan,
geen stelsel buiten ons bestaan,
geen zijn in 't niets geweken.
Een God is Hij voor jou en mij,
zo rakelings de mens nabij,
een God om mee te spreken.

Geen God zoals de letter leert,
geen wijsheid die ons hart begeert,
geen wet om te onthouden.
Een God is Hij voor jou en mij,
zo menselijk de mens nabij,
een God om van te houden.


Tweede lezing:  Uitgenodigd

Er is een wereld van groten en machtigen.
Er is een wereld van dikdoenerij
en ellebogenwerk.
Er is een wereld van grote monden
en brutale bekken.
Er is een wereld van kleinen en machtelozen.
Er is een wereld van liefde en aandacht.
Er is een wereld van luisteren en zorg om elkaar.

In die ene wereld
leven mensen langs elkaar heen,
gunnen mensen elkaar het licht in de ogen niet,
regeert het ‘ikke, ikke’.
In die andere wereld
dragen mensen elkaar
en geven ze elkaar een kans.
Deelnemen aan deze wereld,
is Hem ontvangen in je leven, dat is:
ja-zeggen tegen die wereld
waarin elke mens telt
en waarin de kleinen worden gehoord.

Tussenzang

Deze kleine wereld
mijn kortzichtigheid leg ik voor je neer.
Breng mij over grenzen
tot een ommekeer, een ommekeer.
breng mij over grenzen tot een ommekeer.

Al mijn kleine angsten
mijn verloren trouwe
leg ik voor jou neer.
breng mij over grenzen
tot een ommekeer.

Al mijn zwakke kanten
mijn verslagenheid
leg ik voor jou neer.
Breng mij over grenzen
tot een ommekeer.

Vol verlangen zoek ik
naar geborgenheid
naar een ommekeer.
Breng mij over grenzen
naar een ommekeer.

Evangelie: Lucas 18, 9 – 14
Een parabel over twee soorten kerkgangers

De volgende gelijkenis vertelde Jezus tot hen die,
overtuigd van eigen gerechtigheid – de anderen minachtten:
‘Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden,
de een was een Farizeeër, de ander een tollenaar.
De Farizeeër ging daar staan en sprak in zijn gebed over zichzelf:
“God, ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen,
hebzuchtig, onrechtvaardig en overspelig, of zoals die tollenaar daar!
Ik vast tweemaal per week en geef een tiende weg van al mijn inkomsten.” 
De tollenaar daarentegen, die op een afstand bleef staan,
durfde zelfs zijn ogen niet naar de hemel op te slaan.
Hij sloeg zich vol berouw op de borst en zei:
“O God, genade voor een arme zondaar!”
Ik  verzeker jullie dat deze man gerechtvaardigd naar huis ging ,
en de ander niet. Want ieder die zich verheft zal vernederd worden, maar wie zich vernedert zal verheven worden.’

Overweging

Een tempel met daarin twee figuren.
Eén vooraan, die met wijde gebaren aantoont wat een goede gelovige hij wel is. En de ander die zich wegsteekt en denkt: ik zit hier niet op mijn plaats.
Met dit beeld geeft Jezus ons aan hoe dubbelzinnig geloof en gods-dienst is. Als gelovig zijn er op neer komt dat men overtuigd is van eigen gerechtigheid, als men denkt het groot gelijk aan zijn kant te hebben, dan wordt godsdienst gevaarlijk, dan wordt men fanatiek en gaat men van anderen blinde navolging eisen.
En of men daarbij zegt :”Allah is groot” of “God bless America”
maakt maar een klein verschil.Telkens maakt men van God een persoonlijke creditkaart die men op zak steekt en waarmee men zich
de grootste wreedheden kan permitteren.
De echte gelovige, zegt Jezus in deze parabel, is degene die niet overtuigd is van eigen gerechtigheid, niet overtuigd is van eigen gelijk. Hij blijft op een afstand, alsof hij er niet bij hoort, hij kan zich op geen enkel voorrecht beroepen, kan alleen hopen dat God hem genadig zal zijn.
Deze parabel werpt een licht op de actualiteit van vandaag waarin godsdienst zo vaak gebruikt wordt als een vlag om menselijke machtsdrang te rechtvaardigen.
Dan is godsdienst inderdaad een gevaarlijke springstof en hebben ongelovigen gelijk als ze daar argwanend tegenover staan.
Want al te vaak heeft men in de geschiedenis deze parabel vergeten.
Zoals elke parabel is ook deze parabel een spiegel.
Kijk daarin en vraag je af: waar is mijn plaats in deze parabel? Vooraan, overtuigd van eigen gerechtigheid? Of bij de tollenaar die denkt dat hij moet zwijgen en alleen op Gods genade kan hopen?
De parabel eindigt met een tweede beeld.
Ze gaan allebei naar huis; De ene blijft gevangen in zijn eigen zelfgenoegzaamheid, denkt nog altijd dat hij de beste is.
De ander opgelucht, bevrijd en genezen door een genadige God.
Ze komen allebei thuis maar, eerlijk gezegd ik zou liever bij die tollenaar wonen dan bij die farizeeeër……

Uitspreken van de geloofsbelijdenis
(samen staande bidden)

Ik geloof in God.
die de vader is van alle mensen,
die de aarde aan ons mensen heeft gegeven.

Ik geloof in Jezus Christus,
die in deze wereld is gekomen
om ons te bemoedigen en te sterken,
om ons te bevrijden uit onmacht,
om Gods vrede aan mensen te verkondigen.
Hij heeft zich totaal gegeven,
Hij is in ons midden de levende Heer.

Ik geloof in Gods Geest,
die liefde wekt in alle mensen van goede wil.
Ik geloof in de kerk,
gesteld tot teken voor alle mensen,
uitgerust met de kracht van de Geest,
gezonden om mensen te dienen.
Ik geloof  in een God van liefde en hoop,
die altijd in mensen zal blijven voortbestaan.
Amen.

Collectie voor de parochiegemeenschap
Klaar maken van de altaartafel

Lied
Het breken van het brood
het rondgaan van de wijn is een gebaar
naar jou, God, die niet ver
maar dicht bij ons wil zijn en naar elkaar.
Waar steeds meer mensen voor de feiten buigen,
blijven wij geloven en getuigen
dat het ook anders kan:
de wereld omgekeerd, de aarde goed beheerd.
Wie droomt er nooit eens van?

Het breken van het brood,
het rondgaan van de wijn is een gebaar
van Jou God, die aan ons
de zin van alle zijn weer openbaart.
In uitgewoonde godsbeelden verdwenen,
ben Jij als een nieuwe mens verschenen,
die ’t leven met ons deelt:
een teken in de tijd van Jouw bewogenheid
met ons Je eigen beeld. (2x)

De zorgen van de mens,
de dagelijkse strijd om het bestaan,
de solidariteit, (Jouw eigen naam)
krijgen wij als brood en wijn in handen.
De Onvrede met alle wantoestanden
klinkt door in ons gebed:
Jij mens die ondergaat,
wel weigert maar niet slaat,
wij delen jouw verzet. (2x)

Zolang er mensen zijn die moeten zwijgen,
die nog dood in plaats van leven krijgen,
wordt dit gebaar gedaar:
de vreugde en de pijn,
gedeeld als brood en wijn,
wie durft het delen aan? (3x)

                             Als u kunt, wilt u dan nu knielen

Communiegebed
A
cclamatie:   Spiritus Jesu Christi, Spiritus Caritatis,
                       confirmet cor tuum, confirmet cor tuum
                        De Geest van Jezus Christus, de Geest van liefde,
                        moge uw hart versterken

Gij die leven zijt,
schepper liefde vader heet,
vanaf den beginne beleden
door uw stille getuigen van nature;
gezien in zon en maan
in de aarde die ons voedt en draagt
en bergt in haar schoot.

Gij die wordt aanbeden en geloochend
gezegend en vervloekt,
de eeuwen door gevraagd, geroepen
bij de wieg en het graf;
naar wie wij uitzien als
naar een hemel die ons wacht.

Gij die telkens weer hoogste goed
hart en ziel van mensen blijkt te zijn,
waarachtig wordt beleefd in
liefde gevraagd, liefde gegeven.
Gij zijt gezien in een mens
Jezus van Nazaret:
ons een naaste, U een zoon.
Acclamatie: Spiritus Jesu Christi, Spiritus caritatis

Hij was in de wereld
een licht voor blinden te zien
een lied voor doven te horen
een woord voor stommen te zeggen.
Hij Ging met allen die
belast en beladen gebukt geknakt
door het leven gaan;
reikte ziek en eenzaam de hand
en hielp lammen overeend.

Onecht, onoprecht verdroeg Hij niet,
schone schijn ontmantelde Hij;
Hij had een zwak voor
die werden gemeden en wees
aan kinderen de hemel toe.

Zoals iedereen heeft Hij gehuiverd
voor de beker die Hij drinken moest
totdat Hij in vol vertrouwen zeggen kon:
Vader, - bij U, in U leg ik me neer.
Acclamatie: spiritus Jesu Christi, spiritus caritatis…

De hoop op leven
in het hart van mensen neergelegd,
het uitzicht op een wereld van vrede
het visioen van de voltooiing
door Hem gezien, geopend,

zijn vertrouwen dat alles
zich tenslotte ten goede keert,
zijn geloof in leven doorheen
de dood, hoe dan ook -
het kan ons niet meer ontnomen worden,
in een graf begraven worden.
Bid zoals Hij gebeden heeft ….
Onze Vader (samen bidden)


Vredeswens

Niet in grote dingen die opzien baren,
niet in tekenen die mensen overdonderen,
maar in kinderen, vrouwen en mannen,
die in kleine gebaren, in eenvoudige woorden,
ons moed inspreken, ons hart verkwikken,
spreekt God zelf ons aan.
Dat mogen wij hier voor elkaar ook betekenen.

Als teken van onze goede wil,
mag u elkaar nu ook die vrede wensen.

 

 

Acclamatie: Dona la pace signore, a chi confida in te
                    Geef vrede Heer aan wie op U vertrouwt


Vg. Dit is het heilig Brood,
       voor ons geworden tot Lichaam van Christus.
       Moge het voor ons allemaal voedsel tot leven zijn.
       Daartoe mag ik u uitnodigen.

Lied tijdens de Communie
I
t’s me, it’s me O Lord,
standing in de need of prayer (2x)

It’s not my father or my mother
but’s is me o Lord,
standing in de need of prayer.

- It’s not my sister or my brother
- It’s not my deacon or my leader

Okotober: Mariamaand: Ave Maria
Overweging na de communie
Doordringend gebed

In Frankrijk zie je ze, en ook in Nederland:
van die oude kerken waarvan de granieten dorpel
helemaal is ingesleten.
In gedachten zie je dan al die mensen
die in deze heilige ruimte
- dag in dag uit, jaar in, jaar uit -
over deze drempel zijn heengegaan
om voor God te verschijnen.
Natuurlijk wisten zij ook wel
dat de Aanwezige, de Heilige,
overal te vinden is,
overal aanwezig voor hen die Hem zoeken.
En toch gingen zij over deze drempel
om vóór Hem te verschijnen
en hun gebeden te richten,
tot over de drempel,
de drempel van ruimte en tijd….
Iedere mens – ja ieder, zo geloven mensen -
heeft een antenne voor die Iemand
die voorbij-de-drempel over ons waakt,
met ons bezig blijft, zich voor ons interesseert.
Iedere mens heeft de kracht
om door te blijven vragen,
kloppen, smeken, aanhouden,
totdat, ja totdat er
onverwachts een antwoord komt
op dat doordringende gebed.
Hoe het antwoord eruit ziet,
kunnen mensen niet bepalen.
Ze kunnen wel in het vele dat op hen afkomt
het antwoord herkennen
dat van over-de-drempel-heen
hen wordt gegeven.

mededelingen

*
Slotgebed

God van mensen,
Geen mens weet wie Gij zijt:
niemand heeft U in pacht.
Geen mens weet hoe Gij heten moet;
niemand kent Uw eigennaam.
Gij schuilt in het hart
van hen die goed doen,
zit deemoedigen in het bloed.
Gij die U geeft aan wie U beleeft
in liefde gevraagd, liefde gegeven
tot alles zal zijn voldragen.

U vinden kunnen we niet:
U doorgronden zullen we niet.
Naar Uw wil blijft het tasten;
naar Uw waarheid is het zoeken.
Vermoeden is ons enige kompas:
hoop onze sterkste drijfveer, -
vertrouwen dat Gij
Hart en Zin
van ons bestaan zijt -
die met ons gaat
door de tijd
tot in eeuwigheid.
Amen

*
Zegenwens

De tollenaar uit Jezus’ verhaal
ging gerechtvaardigd naar huis,
vervuld van Gods vrede.
Die vrede wil ik u ook graag toewensen.
Daartoe vragen we de hulp van Hem die is:
Vader, Zoon en de Heilige Geest. Amen.

Slotlied

Zeg me toch waarom haat men elkaar?
Is er geen vrede, waarom dreigt er gevaar?
Wij verspillen zo onmenselijk veel tijd
en men praat en men zoekt een beleid.
maar zijn we bereid?

refrein:
En daarom gaan we naar huis>
een vriend in nood vraag ik bij mij thuis. (2x)
Geef geluk, ja ik geef geluk.

Zeg me toch waarom leeft er en kind?
als het op aarde geen liefde meer vindt?
Er is gauw wel een sprookje verteld,
maar men haat en men dreigt met geweld,
men dreigt met geweld.

Zeg me toch waarom leeft men alleen?
en kijkt er nooit eens een mens om zich heen?
Er is altijd wel iemand in ’t land,
en die staat aan de kant, geef een hand,
toe reik hem de hand.


_____________________________________________________________________
Samenstelling van de viering
Liturgiegroep KOMORE
www.Komore.TK

23 oktober 2004